SIP / Standaardinstellingen
Het tabblad SIP/Basisinstellingen wordt gebruikt om alle noodzakelijke SIP-referenties in te stellen, inclusief certificaten voor beveiligde SIP.
Let op
SIP-registratie in GSM (2G) wordt niet uitgevoerd omdat de gesprekskwaliteit via dit type netwerk niet kan worden gegarandeerd.
Schakel de SIP-service in en sla de instellingen op.
Vul het telefoonnummer en de autorisatie ID in.
Voer uw wachtwoord in en let op hoofdletters.
Vul het adres van de SIP-server in.
Deze procedure wordt geregistreerd door SIP. U kunt de SIP-status controleren op dit tabblad of op het tabblad Status, waarop algemene informatie over het apparaat wordt weergegeven.
Service - SIP-oproepen in-/uitschakelen.
Status - geeft de SIP-status aan.
Telefoonnummer - hiermee kunt u een nummer invullen dat het apparaat eenduidig identificeert wanneer u belt.
Autorisatie ID - hiermee kunt u een ID instellen die het apparaat uniek identificeert.
Wachtwoord - hiermee kunt u een wachtwoord voor registratie instellen.
Server - hiermee kunt u de URL van de SIP-proxyserver instellen.
Domein – stelt het domeinnaam van de dienst in waarvoor het apparaat is geregistreerd. Dit komt doorgaans overeen met het adres van de SIP-Proxy of Registrar.
Serverpoort - hiermee kunt u de serverpoort instellen. De waarde 0 wordt gebruikt voor automatische selectie voor de verbinding met de tegenpartij.
Lokale poort - zal in de toekomst worden geïmplementeerd.
Proxy - IP-adres of domeinnaam van de SIP-proxy.
Proxypoort - stelt de SIP-proxypoort in.
Registratie mogelijk maken - wordt in de toekomst geïmplementeerd.
Geldigheid registratie - hiermee kunt u een tijdslimiet instellen voor herregistratie.
Transport Type - hiermee kunt u de SIP-signaalmethode selecteren:
“UDP” - het meest gebruikte onveilige transportprotocol.
“TLS” - een veilig protocol waarbij SIP-gesprekken en SIP-signalering beveiligd zijn tegen afluisteren en wijziging door derden.